krijgsverrichtingen van het KNIL

Herdenking opheffing KNIL op 18 juli 2018. Toespraak Luitenant-Kolonel G.F.G. Dolmans, Commandant 12e infanteriebataljon Regiment van Heutsz

Excellentie, generaal, vertegenwoordigers van de operationele commando’s en de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht, veteranen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, Indië veteranen, geëerde gasten, mannen en vrouw van 12 Infanteriebataljon AASLT RvH. Mede namens Commandant Bronbeek, de kolonel van Dreumel, van harte welkom op landgoed Bronbeek en bij het Regiment Van Heutsz voor onze jaarlijkse herdenkingsceremonie voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger afgekort; het KNIL.

A special welcome to His Excellency the Ambassador of the Republic of Indonesia. Your Excellency, we welcome you here with strong feelings of friendship. Your presence underlines the importance of our shared history. A history, with gains and sacrifices, that welded a bond between our two nations. Our Regiment stands to that bond. Please allow me to continue in Dutch.

 

Dames en heren. U ziet een vertegenwoordiging van het bataljon. De A-Javacompagnie wordt aankomend jaar zoals het er nu uitziet in het kader van de trainingsmissie CBMI ingezet in het noorden van Irak; De B-Wonjucompagnie vertrekt al in september naar Irak.
De C-Nudaecompagnie bereidt zich voor op een stand-by periode als SOF support eenheid in het kader van de NATO VJTF; En de D-Atjehcompagnie gaat in augustus, met een klein deel van de bataljonsstaf, wederom naar Mali in het kader van MINUSMA. De inzet van Van Heutszers voor vrede en vrijheid gaat ook komend jaar onverminderd door.

De inzet van Van Heutszers voor vrede en vrijheid gaat ook komend jaar onverminderd door.

Deze zomer is het alweer 68 jaar geleden dat het KNIL werd opgeheven en dat er een einde kwam aan dit roemrijke leger. Een leger dat er voor verantwoordelijk was dat het Koninkrijk der Nederlanden zijn grootste omvang bereikte en dat de vele inheemse vorsten onder het centrale gezag werden gebracht. Maar ook een klein leger, dat in de jaren veertig zijn meerdere moest erkennen in het, in eerste instantie, oppermachtige Japanse leger, en dat grotendeels in gevangenschap werd afgevoerd. Een leger dat vrijwel direct na terugkeer uit gevangenschap wederom werd ingezet tegen de oplaaiende onlusten.

 

Vooral de laatste jaren van de Nederlandse aanwezigheid in Indië eiste de inzet van onze krijgsmacht, een steeds hogere tol. Een periode waarin het KNIL zijn krachten moest verdelen om de nieuw aangevoerde troepen te ondersteunen en wegwijs te maken in de gebruiken en heersende omstandigheden in het land. Ondanks de steeds grotere internationale druk bleef de regering volharden in haar poging onze kolonie, onze trots, te behouden.

Militairen, zowel beroeps als dienstplichtig, deden wat de politiek van hen verlangde. Vaak ver weg van huis, met weinig contact met het thuisfront, en het gevaar voortdurend op de loer.
Wij herdenken vandaag de krijgsverrichtingen en heldendaden van het KNIL. Wij herdenken en eren onze kameraden die in voormalig Nederlands-Indië vielen, maar ook hen die geestelijk of lichamelijk gewond terugkeerden. We staan stil bij alle slachtoffers die vielen op Indische bodem, maar bij hen die na terugkomst in Nederland niet, of niet meer konden aarden.
Na terugkeer uit Indië kreeg u geen heldenontvangst. Integendeel, men was vaak niet geïnteresseerd in uw verhalen.

 

Een kleinzoon van een Ambonese KNIL Soldaat over zijn opa:
je vertelde me vroeger hoe je op dienstbevel naar Nederland kwam en direct na aankomst een ontslagbrief in je handen kreeg gedrukt. Hoe je vervolgens met je gezin in een leegstaand concentratiekamp werd ondergebracht en geen soldij ontving, laat staan een veteranenpensioen. Werken werd jou moeilijk gemaakt, dus naast de drie gulden zakgeld per week die je ontving van de staat, was je genoodzaakt zwart bij te verdienen bij een boer.
Jij en je voorgangers vochten voor Nederland vele oorlogen om de kolonie te beschermen en nu kleurden je handen rood van de bosbessen die je plukte om je gezin te onderhouden.
Jij, die in een Japans interneringskamp gedwongen werd over de Nederlandse driekleur te lopen en op de beeltenis van de koningin te spugen hetgeen je weigerde uit een diepgewortelde trouw aan het Nederlands Koninkrijk. Wrang genoeg negeerde datzelfde Koninkrijk jou jarenlang na je terugkomst. Hoe hard je ook schreeuwde om gehoord te worden. Ze lieten je in de kou staan en keken niet naar je om.’
De, laatste nog levende Ambonese KNIL-militairen hebben afgelopen jaar, bijna 70 jaar na hun aankomst in Nederland, alsnog de erkenning en de veteranenstatus gekregen waar zij recht op hebben.

Een militair kiest zijn eigen missie niet uit, maar wordt ingezet door de regering. Iedere missie heeft een unieke context en een eigen tijdsgeest. Dat was toen, en dat is nu nog steeds zo. Uw inzet verdient ons aller respect. Weet dat wij trots zijn op de krijgsverrichtingen van het KNIL en vooral trots zijn op u, onze voorgangers. Met diezelfde trots dragen wij uw Willemsorde 4e klasse aan ons vaandel en de gouden zon van Indië op onze baret.

Weet dat wij trots zijn op de krijgsverrichtingen van het KNIL en vooral trots zijn op u, onze voorgangers. Met diezelfde trots dragen wij uw Willemsorde 4e klasse aan ons vaandel en de gouden zon van Indië op onze baret.

Net als in voorgaande jaren hebben velen van u de weg naar Bronbeek weer gevonden. Helaas steeds minder in aantal, maar nog altijd trots en fier zoals in uw jongere jaren. Vergezeld van partners en familie die in de loop van de tijd deelgenoot zijn geworden van uw ervaringen. Hoewel vele jaren verstreken zijn blijven de herinneringen. Goede en slechte herinneringen, waarvan je nooit weet wanneer ze boven komen, wat ze met je doen. Velen keerden niet terug bij hun familie en vrienden. Zij lieten een onnavulbare leegte achter. Herdenken houdt de herinnering levend, maar doet ook na 68 jaar nog pijn. Uw aanwezigheid hier vandaag als onze gast maakt deze herdenking bijzonder. Maar ook de kinderen en kleinkinderen van reeds overleden KNIL militairen die vandaag gekomen zijn wil ik bedanken voor hun aanwezigheid. Uw aanwezigheid onderstreept uw betrokkenheid, interesse en trots.

 

We zijn dadelijk 1 minuut stil. We keren even terug naar wat er is geweest, naar wat en wie in Indië moest achterblijven, naar de mooie en de intens verdrietige momenten.

Aansluitend leggen we een krans voor allen die op eervolle wijze hun taak voor het Koninkrijk in het voormalig Nederlands-Indië hebben verricht. Die onderdeel uitmaakten van het KNIL of daarmee verbonden waren.

Ik wens u allemaal een mooie herdenking en een fijne reünie toe.

(De prachtige foto’s zijn van Bert van Willigenburg en Hans Wiggers, met dank aan de Stichting Vrienden van Bronbeek)

 

“Weet dat wij trots zijn op de krijgsverrichtingen van het KNIL”