Maar waarom ga je nou een biografie van Van Heutsz schrijven?

Die vraag krijg ik vaak. Omdat mensen niet snappen dat een vrouw met plezier in het leven zich thuis opsluit met stapels papieren over Van Heutsz. Waarom? Nou…

Dat is een hellend vlak geweest. Eerst dacht ik nooit over hem na. Want ik had mijn oordeel over hem klaar. Hij was toch de slachter van Atjeh? Toen kwam ik Van Heutsz tegen als goedgeefse suikeroom, strooiend met subsidie voor de tehuiskinderen die Pa van der Steur opving, kinderen die vrijwel altijd een KNIL-man als vader hebben. Dus toen werd ik een beetje nieuwsgierig. In het archief vond ik brieven van Van Heutsz, meer dan honderd jaar oud en nog altijd leesbaar.

Ik ging eens wat meer over hem lezen. Ik ontdekte dat er nog geen grote biografie was, alleen drie verouderde pockets. Ik wist, dat ik met dit boek een gat in de geschiedenis zou vullen. En ook dat ik Indiē op een nieuwe manier zou leren kennen, namelijk als een militaire samenleving.

In gesprek met Ronald Nijboer. Hij schreef een boek over zijn grootvader die als militair naar Indië ging.

Wat heb je als Hollands meisje met Indië?

Nu zou ik graag even onder het bed gaan liggen, want dat antwoord heb ik niet. Indië trekt aan me. Al jaren. Waarom weet ik niet. Als ik iets niet snap, dan wil ik er een boek over schrijven. Inmiddels ben ik dertig boeken plus een proefschrift verder en nog steeds begrijp ik niet wat ik met Indië heb. Er zit dus maar één ding op: doorschrijven.

Doorschrijven?

Ja. Ik leef van de pen. En dat gaat aardig, dankuwel voor de belangstelling. Wat helpt, is dat ik geen televisie heb, geen auto, geen kinderen en nog een helehoop dingen ook al niet. Ik koop alleen bloesjes die ik niet hoef te strijken. Scheelt ook. Mijn leven is steeds meer op lezen en schrijven ingericht.

Thuis is het gezellig, daar zijn mijn boeken en daar woon ik dus met Adelbert Cornelis, kortweg Bertje.  Hij houdt van slapen, aaien en van kopjes geven, ook aan stapels boeken. Die staan hier genoeg.

Bert en ik lijken van binnen op elkaar. We houden van saaie dagen, zonder herrie, dagen waarop niks gebeurt en alles rustig is. Ik zit aan mijn werktafel, Bert ligt op de bank te snurken. Soms zeg ik: “Fijn hè, Bertje.”