Inhuldiging Wilhelmina (1898) met naast haar Emma. Schilderij Nicolaas van der Waay.

September 1908 was een feestmaand: Wilhelmina was tien jaar vorstin en koningin-moeder Emma vierde haar vijftigste verjaardag. Gouverneur-Generaal Van Heutsz gaf een galadiner. Het Wilhelmus klonk. En daarna hield hij een speech waarin de feestelijkheid vergrootte door toe te zeggen dat de gehele kolonie snel onder het toezicht van Oranje zou komen. Dit is wat Van Heutsz zei, “met duidelijke, klankvolle stem” zoals het Soerabaiasch Handelsblad schreef:

 

Banden

Mevrouw, Mijne Heeren, De plechtige tonen van het zoo juist gehoorde, schoone Wilhelmus, die de snaren in het gemoed van elk rechtgeaard Nederlander altijd doen trillen, voeren ons, waar op aarde wij ons ook bevinden, in gedachten dadelijk terug naar liet hoog vereerde en zeer beminde vorstenhuis van Oranje-Nassau, dat met zulke hechte, ja met onverbreekbare banden verbonden is aan ons vaderland.

Denken wij daarbij niet grooten eerbied, oprechte bewondering en diep gevoelden dank in de eerste plaats terug aan den grondlegger van onze onafhankelijkheid en gaan daarna aan ons geestesoog voorbij de vele edele telgen uit dat roemrijke geslacht, die den, door den grooten Zwijger gelegden band tusschen vorst en volk steeds hechter wisten te vestigen, ten slotte bleef, bij den dood van den laatsten mannelijken telg uit het geliefde Oranjehuis, al onze hoop, al ons vertrouwen gevestigd op het eenige door hem nagelaten kind, de jeugdige, toen nog onmondige Koningin Wilhelmina en op Hare Moeder, Koningin Emma, die hare opvoeding leidde en als Regentes de teugels van het bewind in handen nam.
Hoopvol klonken in die sombere dagen na het overlijden van Koning Willem 111 de schoone woorden van den begaafden dichter Schaepman in de Haagsche Stemmen:

Een telg is ons gebleven
Van ’t oude Oranjebuis,
Bij ’t graf een boo van loven.
De lelie bij het kruis.

En ’t laatste couplet van zijn gedicht:

Al weenend, wij belijden,
O Heer der Majesteit,
Maar vollen danktoon
wijden We Uw goedertierenheid.
Die ons in nood een vreezen,
Verscheen in ’t vorstelijk kind,
Dat vast, als ooit voor dezen, Oranje en Neerland bindt.

 

Voortreffelijke moeder

Emma en WilhelminaOnze hoop, ons vertrouwen hoeft zich ten volle verwezenlijkt! En nu wij heden vieren, naast den geboortedag, het tienjarig bewind van H. M. Koningin Wilhelmina, geloof ik aan onze geliefde Vorstin geen grootere vreugde te kunnen bereiden dan door aantevangen met een woord van hulde aan Hare voortreffelijke Moeder, die in deze zelfde maand haar 50sten geboortedag vierde.

Hulde, eerbiedige hulde dan aan de voortreffelijke Moeder, Voogdes en Regentes, die kort geleden, bij de intrede van Haar 50sten levensjaar, even ondubbelzinnige blijken ontving van den grooten eerbied en oprecht gemeende dankbaarheid van de Nederlandsche natie als bij Haar aftreden als regentes. En terecht! want in het thans afgesloten eerste tienjarig tijdvak van de zegenrijke regeering van onze geliefde Koningin Wilhelmina ligt het bewijs opgesloten van de juistheid der bewoordingen, waarmede de schrijver van het gedenkboek, “Het Regentschap van Koningin Emma”, in 1898 zijn huldebetuiging besloot en waaruit ik citeer: Met bekwame, met vaste hand heeft Koningin Emma land en volk geregeerd. Niet minder waardeerend zal de geschiedenis gewagen van do voortreffelijke wijze, waarop zij Koningin Wilhelmina heeft opgeleid en voorbereid voor de Hooge bestemming, onder de gunstigste teekenen door onze tegenwoordige gebiedster bereikt. Met de vriendelijkheid eener milddadige fee voor de zwaar beproefden, met de innemendheid eener edele Vorstin voor allen zonder onderscheid, wist zij, naast vereering en dankbaarheid, ook liefde inteoogsten.

Aan allen, die beneden Haar staan, heeft zij een schoon voorbeeld gegeten, De «Majesteit,” zooals Koningin Emma die heeft opgevat, verblindde niet door pracht en luister; weldadig deed zij aan door lieflijkheid, door Vorstendeugd. In ’s lands historiebladen zij geboekstaafd dat Koningin Emma was een goede Moeder — een goede Landsmoeder; dat zij was een voortreffelijke vorstin, uitmuntende in vroomheid, wijsheid en strenge plichtsbetrachting.

In het, thans achter ons liggend 10-jarig— zooals ik zeide — reeds bewaarheid de zooeven gehoorde voorspelling dat de geschiedenis zal gewagen van de voortreffelijke wijze, waarop H. M. is opgeleid voor Hare schoone maar moeilijke taak. Niet minder dan Hare Moeder als Regentes heeft H. M., niettegenstaande Hare jeugd, reeds getoond te zijn: Eene voortreffelijke vorstin, uitmuntende in vroomheid, wijsheid en strenge plichtsbetrachting.

Moeilijke tijden heeft zij doorleefd, maar kalm, met beleid en bezadigdheid zijn steeds alle moeilijkheden overwonnen; met klem, met bekwame en vaste hand zijn land en volk bestuurd en ook in het uitgestrekte beteekenisvolle deel van het Nederlandsche rijk aan deze zijde van den evenaar is hechter dan ooit het koninklijk gezag van onze vereerde en geliefde vorstin gevestigd.

Koloniën

Allerwege in deze koloniën valt voor heil, die zien willen, vooruitgang te bespeuren, uitbreiding en ontwikkeling van landbouw, handel en nijverheid; ook, en dit niet slechts op Java maar eveens in verschillende bezittingen daar buiten, geleidelijke economische en geestelijke ontwikkeling der bevolking, ja, zelfs bij sommige inlandsche, tot voor korten tijd nog grootendeels aan onrecht en willekeur van oostersche despoten overgelaten, deels zelfs in slavernij zuchtende of in uiterst primitieven staat levende volken in meer verwijderde streken, begint zich reeds leven en verkeer te ontwikkelen.

En al bestaat in een paar uithoeken van het uitgestrekte Indische eilandenrijk nog eenig verzet tegen het wettig gezag en al is de mogelijkheid niet uitgesloten dat ook nog wel eens elders met de wapenen zal moeten wordea opgetreden, omdat nog niet overal in den boezem van het volk diep genoeg is doorgedrongen het besef: dat het ware geluk op aarde niet in oorlog en strijd, maar in vrede en orde te vinden is, en dat de Nederlandsche Koningin slechts het welzijn, het geluk en den voorspoed beoogt van al hare onderdanen zonder onderscheid, met bescherming van allen tegen willekeur van wien ook,— zoo durf ik toch met vertrouwen de overtuiging uitspreken dat dat besef binnen niet langen tijd ook in den boezem van die volken zal wortel schieten en dan ook daar de zoozeer gewenschte vredestoestand met al de daaraan verbonden zegenrijke gevolgen zal tot stand komen.

Met een dankbaren terugblik op het thans achter ons liggend tijdvak, gaan wij alzoo vol vertrouwen het tweede tienjarig tijdperk der regeering van onze geliefde Vorstin in spreken aan dezen feestdisch ter eere van H. M. den innige hoop en het vaste vertrouwen uit dat Nederland zich nog tientallen van jaren zal mogen verheugen in het bezit van zijne hoog vereerde begaafde, lieftallige Koningin en van Hare voortreffelijke Moeder.

En mocht de hoop, in de laatste dagen door de dagbladen wederom gewekt, ditmaal in vervulling gaan en daardoor alle bezorgdheid voor de toekomst worden weggenomen, dan zal gansch het volk ongetwijfeld met groot gejuich instemmen met bv. dezen variant op het zooeven aangehaalde gedicht:

Al juichend wij belijden,
O Heer der Majesteit,
En grooten danktoon wijden We Uw goedertierenheid
Aan ons op nieuw bewezen
Door de geboorte van dit kind,
Dat hechter nog dan vóór dezen,
Oranje en Neerland bindt.

Heil, driewerf heil aan H. M. onze geliefde Koningin en Haar Koninklijk Huis!
Dat was de speech. Daarna, schreef de krant:

Met een driewerf hoezee! werd instemming betoogd met deze, schoon opgezette en met overtuiging uitgesproken redevoering. Geheel onder den indruk daarvan, werd, staande, door de gasten nog een couplet van het Wien Nêerlandsch Bloed aangehoord. Daarna werd nog tot half twaalf opgewekt getafeld en gekout onder de vroolijke tonen der stafmuziek. Toen trokken de gouverneur-generaal en mevrouw Van Heutsz zich terug.

 

De ‘hoop’ ging inderdaad in vervulling: in 1909 werd Juliana geboren.

Koninginnedag in september 1908
Getagd op: