Henkie KNIL  Hier is hij. Henkie KNIL, alias Hendrik Antoine Nuse, geboren in 1906 Bangka (Muntok)  “en zijn vroege jaren in het KNIL doorgebracht, in de periode 42-45 in het Jappenkamp gezeten en in 1950 gerepatrieerd als onderluitenant KNIL naar Nederland.” Dit schrijft zijn zoon André Nuse aan mij.  Hij stuurde me ook een geweldig verhaal dat zijn vader schreef. Er is meer. En zo las ik Bamboe Gila, het verhaal van een Indische schrijver. Hier komt het.

Bamboe Gila

Zoals U allen wel weet, bestaat er bij de Ambonees een zeer sterk ontwikkeld geloof in de zwarte kunst de in Indonesië zo befaamde en beruchte Goena-Goena.
Ik ben in Indonesië geboren en getogen, heb er 27 jaren in het leger doorgebracht, ik heb zoveel over Goena-Goena gehoord, de meest frappante staaltjes werden mij verteld. Welnu, in die 42 jaren, die ik dus vanaf mijn geboorte aldaar doorbracht, heb ik nooit concreets van deze zwarte kunst gezien of meegemaakt. Zelfs werd ik eens bewerkt door een mij vijandig gezinde Ambonese korporaal (naar mij later van bevriende zijde werd gemeld toen het aan de gang was), ik was mij nooit van iets bewust. Mijn houding bleef hetzelfde als voordien tegen deze korporaal.

De bedoeling was geweest dat ik omgang met haar zou krijgen:

In mijn vrijgezellen tijd zou ik ook eens bewerkt zijn door een van afkomst Afrikaans meisje, destijds Annie D. te Malang, in 1926. De bedoeling was geweest dat ik omgang met haar zou krijgen.
Nu, dit is nimmer gebeurd, ik trouwde een ander, wat natuurlijk niet in haar bedoeling had gelegen.
Ik herinner het mij nog heel goed door haar broer uitgenodigd, om op een zondag de verjaardag van dit meisje te vieren. Die broer diende destijds als sergeant-majoor bij de Intendance.
Vrienden waarschuwden mij niet te komen, ik zou daar wat in krijgen. Aangezien ik over die dingen heel anders dacht, kwam ik er wel en had nog wel een echt gezellige dag gehad, ik was immers het veel begeerde gouden haantje. Zijzelf bracht mij de beste en lekkerste beetjes apart. “Dit lus je toch wel?” vroeg ze me dan heel liefjes, “ik heb het speciaal zelf voor jou klaar gemaakt”. En of ik het lustte, ik vrat me een ongeluk. Zo’n traktatie kom je niet elke dag tegen, toen in 1926 met fl. 9,30 soldij per week als sergeant-titulair.
“Natuurlijk”, zei ik, “ik eet en drink alles wat je me geeft. Je mag er zoveel in doen als je wilt, m’n beste, het doet me niets”. En ik vrat en zoop maar. Resultaat voor haar: Nihil.

Maar zoals gezegd, mensen die er aan geloven denken daar anders over, en vooral de Ambonezen.

Ik heb het meegemaakt dat zij die deze kunst beoefenden, een grote faam en aanzien genoten en heel dikwijls was men bang voor zulk een persoon. Zo maakte ik eens zo’n iemand mee die een ieder in het onderdeel terroriseerde n.l. het inheemse kader en Indische Jongens (kader) die een heilig ontzag voor hem hadden. Vreemd genoeg kwamen de officieren, zelfs de naaste commandant het nooit te weten. Die bleven er volkomen onkundig van.
Dat was wellicht ook de bedoeling geweest, want ze wisten het maar al te goed dat de toeans er niets van moesten hebben en de bewuste persoon had er trouwens alle belang bij buiten de belangstelling van de officieren te blijven, doekoen of niet, als je in aanmerking kwam voor streng arrest, dan kreeg je het ook.
Ze wisten bij intuïtie dat er met deze toeans niet te spotten viel met deze onzin. Vandaar dan ook dat alle officieren ook nimmer een wonder hebben gezien gedurende hun hele diensttijd.

De gek geworden bamboe

Maar nu eens iets over die beroemde Bamboe Gila of gek geworden bamboe.
Het verhaal wil dan dat een dergelijke bamboe op een bepaalde nacht en maanstand gekapt dient te worden, enz., enz. Ook de persoon zelf dient een bepaald iemand te zijn, enfin, er komt nog een heleboel bij kijken, dingen waar wij toch geen begrip van hebben, dingen die wij kwalificeren als: flauwe kul.
De bamboe bestaat uit 7 geledingen. als ze dan gekapt is wordt ze met de meest devote verering behandeld en weggeborgen, enz.
Ik diende destijds (in 1937) bij het 12e bataljon Infanterie als sergeant-majoor bij de Ambonese compagnie van kapitein L. (U kent hem wel! J.C. ) te Meester-Cornelis.
In die compagnie ging het praatje dat er bij het 13e bataljon een Ambonees soldaat diende die zo’n gekke bamboe in zijn bezit had. Ik liet mij er alles van en over vertellen, o.a. hoe 7 man deze bamboe vast tegen zich aan drukten, zich schrap zetten en toch door elkander werden gegooid en gesmeten, meegesleurd en al die onzin meer, zonder dat zij de bamboe konden los laten en het in bedwang houden. Aan mijn gelaatsuitdrukking zagen de Ambonese soldaten en kader wel dat ik het een en ander niet voetstoots slikte. Opzettelijk stak ik er de draak mee wat hun ergernis opwekte en datgene bereikte war in in mijn bedoeling lag. Tenslotte verzekerden zij mij met de bewuste persoon te zullen spreken en om een opvoering te verzoeken om mij te overtuigen en mij te beteren.

En dan zou het natuurlijk hun beurt zijn om victorie te kraaien.

Enkele dagen later berichtten zij mij dat de tijd daar was. Na het middagappel zou het gebeuren. Ik vertelde er niemand iets van, dacht dat het een “onder-onsje” zou worden. Wel nam ik mij voor om mijn fototoestel mede te nemen. lk zou hen bewijzen dat je wel mensen kunt beïnvloeden, maar geen fotolens.
Hoe schrok ik echter toen de tijd daar was en ik mij naar de bewuste plek begaf waar het geval zou worden opgevoerd. Duizenden mensen waren er verzameld, daar op het pleintje voor het 12e. Alle gepensioneerde Ambonese militairen en andere personen uit de omtrek en talloze militairen van het 12e en 13e bataljon waren present.
Het was me een drukte van belang. Ook de vrouwen en vooral de kinderen lieten zich niet onbetuigd. Een leven als een oordeel. Eindelijk, er kwam beweging in de massa, een leder rekte zijn hals: de bewuste persoon met zijn bamboe was aantocht. Er werd ruim baan gemaakt, een grote kring geformeerd, mannen, vrouwen, kinderen werden schreeuwend weggedrukt om niet storend op de opvoering te werken.
De jonge Oom (houder van de bamboe) verzocht om 7 personen, vrijwilligers, om de bamboe vast te willen houden, stevig vast aangedrukt tegen het lichaam. Hij zag hier liefst zeven Europeanen. Na enig heen en weer gepraat meldden zich zeven man, onderofficieren en Europese brigadiers. Zij moesten hun bovenkleren uit doen, schoenen uit en alle metalen delen zoals knopen werden hun afgenomen of moesten afgelegd worden tot zij in hun ondergoed stonden.
Vervolgens werd hun de wijze uitgelegd hoe zij de bamboe moesten vasthouden, ieder één geleding. Toen ze zo stonden werd ieder van hun getrakteerd op walmende wierook welke hun vlak in het gezicht werd gehouden, en daarna bij het achterlijf. Gedurende deze bewerking werden er spreuken opgezegd, de bewuste personen kregen hoestbuien van de wierook alsook braakneigingen, en alles onder doodse stilte van het duizendkoppige publiek. Daarna nog een laatste spreuk, ieder kreeg een klap op hun achterste en Gila riep de Meester uit. Ik stond scherp met mijn fototoestel naast een kapitein, commandant van de Javaanse compagnie van het 12e, en beiden keken wij gespannen toe.
En…….er gebeurde niets. De bamboe weigerde om gek te doen. Overal “ach” en “wee” geroep.
Tot drie keren toe werd alles nog eens overgedaan, de bamboe bleef halsstarrig weigeren rare dingen te doen.
Balorig smeten de proefkonijnen de bamboe op de grond, kleedden zich aan en verdwenen mopperend en spottend.
Dus alweer mis. Dacht ik het niet. Verslagen dropen alle Ambonezen af. Hun prestige en vooral die van de Meester was wel gevoelig geknakt.

Hoe ik de volgende dag bij mijn Ambonezen mijn gemoed luchtte, laat zich wel raden.

Maar gek, na een maand ongeveer, na terugkomst van meerdaagse schietoefening, werd mij verteld dat het experiment opnieuw werd opgevoerd en ……toen lukte het.
Natuurlijk, altijd lukt zoiets als ik er niet bij ben.
Maar de bamboe werd toen vastgehouden door Ambonezen en dit keer niet door Europeanen. Zie je, dát is het verschil. U begrijpt me wel.
Altijd gebeuren er wondere dingen als ik er niet bij aanwezig ben, en zo is het al die 42 jaren gegaan met mij, toen, in Indië. Met U ook?

Henkie KNIL

Henkie KNIL over de Bamboe Gila
Getagd op: