Van Daalen
Van Daalen, zittend links voor. 1904 (Tropenmuseum/National Museum of World Cultures, Wikimedia Commons)

De naam van Van Heutsz is, zacht gezegd, omstreden. Maar dan heb je de naam van G.C.E. van Daalen (1863-1930), die naam is niet omstreden en dat komt omdat vrijwel iedereen een negatief oordeel over hem heeft. Hij was evenals Van Heutsz lange tijd in Atjeh, en het is vooral aan Van Heutsz te wijten dat Van Daalen tegenwoordig zo’n slechte reputatie heeft. Hoe zat dat?

Die slechte repuatie heeft twee pijlers. De eerste is: Van Daalen gebruikte tijdens de militaire expedities in Atjeh op grote schaal militair geweld met als gevolg vele doden onder de bevolking. De tijd van de zogeheten pacificatie was al ingetreden; waarbij het woord pacificatie een typisch koloniaal eufemisme is voor een gebied onder controle hebben en houden. Van Heutsz was door zijn raadsman Christiaan Snouck Hurgronje gewaarschuwd voor de methode Van Daalen. Maar Van Heutsz geloofde in Van Daalen, wat er wellicht ook mee te maken had, dat Van Daalen een onwrikbare loyaliteit ten opzichte van Van Heutsz bezat. Dus dat is de eerste pijler onder die slechte reputatie: dat geweld. De tweede is: het oordeel over het geweld.

Van Daalen
Bovenaan, derde van links, staat Van Daalen, naast de militair in het midden een nog in leven zijnd kind. Groepsportret van de marechaussee (Tropenmuseum/National Museum of World Cultures, Wikimedia Commons)

Op militair geweld is altijd kritiek, vooral uit de burgermaatschappij. Op de methode van Van Daalen klonk dat ook, maar vermoedelijk nooit zo luid als in 1907 en 1908, de jaren waarin het conflict Van Heutsz-Van Daalen ontstond.

Evenwicht

Nu ik dit zo opschrijf, zucht ik van binnen. Want ik stond op het punt te herhalen wat de boeken schrijven over dit conflict: Van Daalen en zijn geweld. De kritiek op Van Heutsz en Van Daalen. Dan hoe Van Heutsz zijn officier opoffert zodat hijzelf gouverneur-generaal kan blijven. Het is een repeterend verhaal en al kan het op hoofdlijnen juist zijn, daarmee is nog niet alles gezegd. Er zijn twee ándere pijlers die voor een ander evenwicht kunnen zorgen in de reputatie van Van Daalen. Want dat evenwicht ontbreekt.

Het lijkt een taboe om iets positiefs over Van Daalen te zeggen.

Van DaalenWat mij intrigeert aan Van Daalen, is zijn zwijgen. Terwijl zijn generatie militairen uitstekend schreven en veel publiceerden, heeft hij dat niet gedaan. Geen memoires. Geen verweerschriften. Geen pamflet. Als Van Heutsz in 1924 sterft, staan de kranten vol met terugblikken, maar die van Van Daalen zocht ik tevergeefs. Hetzelfde bij de grote staatsbegrafenis in 1927: koetsen vol achter de baar, maar Van Daalen was er niet bij.

Zijn zwijgen doet me denken aan het Indische zwijgen, zoals ik dat in de literatuur tegenkom. Daarin schuilt een verhaal over gekwetste eer, over wrok van de Indo-Europeaan ten opzichte van de blanda, de Hollander – Van Daalen zelf was Indisch – en een verwachting dat de ander het eigen ongelijk zal inzien en vergiffenis komt vragen. Dat deed Van Heutsz niet. Van Daalen bleef zwijgen. Er is wel een proefschrift dat vele brieven van hem citeert, maar die brieven zelf kon ik niet in een archief vinden. En de eerste eis van wetenschap is: het moet controleerbaar zijn. Dus die brieven, tja.

Vader

Dan is er nog iets anders. Een generatie eerder botste de vader van Van Daalen met het gouvernement. Senior voelde zich diep gegriefd omdat hij voor een benoeming gepasseerd was en weigerde daarom de uitgestoken hand van gouverneur-generaal Loudon. Dat had conseqenties: hij werd ontslagen, ook al waren de adviezen hiervoor anders, en erger nog, zijn naam werd geschrapt van de voordracht voor een Militaire Willemsorde. Dubbel onrecht, voelde de vader, en dat zal de zoon bijgebleven zijn. Wie werkelijk loyaliteit verdient, zag de zoon in de praktijk.

Van Daalen was veel meer dan alleen dit conflict met Van Heutsz. Ik lees over de moderniseringen die hij als commandant van het KNIL (1910-1914) doorvoerde, over een nota bene in 1908 ontvangen sabel met inscriptie “nimmer noodeloos getrokken, altijd eervol opgestoken”, en ik lees talloze berichten over hem bij zijn dood, waarin verschillende lofprijzingen staan. Ik las ook liefdesbrieven die hij aan zijn echtgenote Betsy schreef, waardoor ik een andere kant van hem ontdekte.

Er is nog veel te ontdekken over Van Daalen. Hij heeft ervoor gekozen om te zwijgen. Wij kunnen dat niet doen, als we een evenwichtige koloniale geschiedenis willen.


(Dit artikel verscheen eerder in een kortere vorm in de rubriek Wapenzuster, in het blad van de Bond van Wapenbroeders)

 

 

De reputatie van Van Daalen